ECLI:NL:CRVB:2018:1286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting Appa-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 55-80%
Appellante, voormalig politieke ambtsdrager, maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheidspercentage in het kader van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Na meerdere verlengingen van haar uitkering met een vaststelling van 80% of meer, werd bij het besluit van mei 2014 de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 55-80%, waartegen appellante bezwaar maakte.
De Raad beoordeelde dat de minister een methodiek hanteert gebaseerd op het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, waarbij zowel een verzekeringsgeneeskundig als arbeidsdeskundig onderzoek wordt uitgevoerd. De Raad oordeelde dat deze methodiek passend is en niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, ondanks dat deze pas sinds 2014 wordt toegepast.
De medische en arbeidsdeskundige rapporten gaven voldoende onderbouwing dat appellante geschikt is voor bepaalde geduide functies, waarbij haar beperkingen zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst. De Raad verwierp het betoog dat de functies niet passend zouden zijn, omdat de arbeidsdeskundige de volledige functie-inhoud heeft vertaald naar belastingsaspecten en de kwalificaties van appellante.
De Raad concludeerde dat het verlies aan verdiencapaciteit 71,47% bedraagt, passend binnen de klasse 55-80%, en dat de uitkering terecht op die basis is berekend. Een latere vaststelling van 80-100% arbeidsongeschiktheid na de beoordelingsperiode was niet relevant. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Appa-uitkering is terecht berekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55-80%.