ECLI:NL:CRVB:2018:1298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij aanvraag woonvoorziening
Appellant, een persoon met ernstige beperkingen, had een aanvraag ingediend voor een woonvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Roermond wees deze aanvraag in eerste instantie af, wat leidde tot bezwaar en beroep bij de rechtbank, die het besluit bevestigde.
In hoger beroep stelde appellant dat hij recht had op een verplaatsbare unit voor slapen, verblijven en wassen. Tijdens de procedure kende het college echter een aanbouw toe aan de woning, bestaande uit een slaap-/speelkamer en een natte cel met tillift, en een persoonsgebonden budget voor bijkomende voorzieningen. Deze aanbouw werd gerealiseerd in 2017.
De Raad oordeelde dat appellant met deze aanbouw de gewenste woningaanpassing heeft ontvangen en dat resterende geschilpunten slechts betrekking hebben op ondergeschikte uitvoeringsaspecten. Omdat appellant niet is verschenen op de zitting en geen schriftelijke reactie gaf, concludeerde de Raad dat hij geen procesbelang meer heeft bij voortzetting van het hoger beroep.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant, inclusief vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na toekenning van de gewenste woningaanpassing.