Uitspraak
17.4989 MPW
.De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door
Centrale Raad van Beroep
Appellant was beroepsmilitair van december 1999 tot juni 2005 en verzocht in 2010 om een militair invaliditeitspensioen. De staatssecretaris weigerde dit in 2011 op basis van een verzekeringsgeneeskundig rapport dat geen verband zag tussen de psychische aandoeningen en het dienstverband. Na bezwaar en aanvullend medisch onderzoek bleef de conclusie ongewijzigd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering ongegrond, waarbij zij het standpunt van de staatssecretaris ondersteunde. De deskundigenrapporten, waaronder een psychiatrische expertise, gaven geen aanleiding tot twijfel over het ontbreken van een dienstverband voor de psychische aandoeningen. Het verzoek van appellant om benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
In hoger beroep bevestigt de Raad deze beoordeling. De Raad oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, aangezien geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan die gerechtvaardigde verwachtingen scheppen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het militair invaliditeitspensioen wegens het ontbreken van een dienstverband voor de psychische aandoeningen.