ECLI:NL:CRVB:2018:1333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren door toepassing Zetelovereenkomst
Appellant, geboren in 1949 en met de Algerijnse nationaliteit, was van 1998 tot 2008 werkzaam bij een internationale organisatie en viel daardoor onder de sociale zekerheidsregeling van die organisatie. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees zijn aanvraag voor een volledig AOW-pensioen af en kende een pensioen toe met een korting van 88% wegens 44 niet-verzekerde jaren. Appellant voerde aan dat de regeling van de organisatie geen sociale zekerheid betrof en dat de hardheidsclausule van toepassing zou moeten zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overwoog dat artikel 22, eerste lid, van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de organisatie (Zetelovereenkomst) dwingt tot uitsluiting van verplichte verzekering in de Nederlandse sociale zekerheid voor functionarissen die onder de sociale zekerheidsregeling van de organisatie vallen. De inhoudelijke beoordeling van de dekking van de regeling is niet aan de Raad.
Ook wees de Raad het beroep op de hardheidsclausule af, omdat dit pas in de beroepsfase werd aangevoerd en appellant niet als verzekerd kan worden aangemerkt op grond van de Nederlandse wetgeving. De rechtbank heeft het beroep terecht ongegrond verklaard en de Centrale Raad bevestigt de uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 88% op het AOW-pensioen wegens toepassing van de Zetelovereenkomst en wijst het hoger beroep af.