ECLI:NL:CRVB:2018:1334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens niet-verzekerd zijn
Appellant, met de Nederlandse nationaliteit, heeft in het Verenigd Koninkrijk gewoond en gewerkt en heeft in 2014 een WIA-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid door colitis ulcerosa. De aanvraag werd afgewezen omdat appellant niet verzekerd was voor de Wet WIA in Nederland op het moment van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellant niet verzekerd was omdat hij niet als werknemer of zelfstandige in Nederland werkzaam was, ondanks dat hij hier enige tijd woonde. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en verwijst naar artikel 51, derde lid, van Verordening 883/2004, dat stelt dat een uitkering alleen kan worden toegekend indien de betrokkene verzekerd was volgens de nationale wetgeving.
Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij ziek is en geen inkomen heeft, maar dit leidt niet tot een ander oordeel. De Raad concludeert dat appellant geen recht heeft op een (gedeeltelijke) WIA-uitkering en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering omdat hij niet verzekerd was voor de Wet WIA op het moment van arbeidsongeschiktheid.