ECLI:NL:CRVB:2018:1353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- A. Beuker-Tilstra
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invaliditeitspercentage militair na uitzending en partnerrelatieproblematiek
Appellant, voormalig beroepsmilitair, verzocht om toekenning van een militair invaliditeitspensioen naar aanleiding van traumatische ervaringen tijdens uitzending naar voormalig Joegoslavië en partnerrelatieproblematiek.
De minister wees het verzoek af omdat de psychische aandoening een invaliditeitspercentage van minder dan 10% veroorzaakte en de partnerrelatieproblematiek niet werd toegerekend aan het dienstverband. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de traumatische gebeurtenissen type T1 betroffen en dat de partnerrelatieproblematiek los stond van de militaire dienst.
In hoger beroep stelde appellant dat de gebeurtenissen type T2 waren en dat de partnerrelatieproblematiek wel verband hield met zijn dienst. De Raad oordeelde dat de gebeurtenissen terecht als type T1 waren gekwalificeerd, maar dat de partnerrelatieproblematiek door de minister ten onrechte niet was meegewogen. Desondanks bleef het invaliditeitspercentage, ook met deze problematiek meegerekend, onder de 10%, zodat het hoger beroep niet slaagde.
Het rapport van Mulder, dat een hoger invaliditeitspercentage suggereerde, werd niet bruikbaar geacht omdat het gebaseerd was op een latere situatie dan de peildatum. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat het invaliditeitspercentage onder de 10% blijft, ondanks dat partnerrelatieproblematiek ten onrechte niet was meegewogen.