ECLI:NL:CRVB:2018:1361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag zelfstandige automonteur wegens niet-levensvatbaarheid bedrijf
Appellanten dienden een aanvraag in op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor bedrijfskapitaal en bijstand voor levensonderhoud in verband met een te starten autobedrijf. Het college vroeg het Instituut voor het Midden en Kleinbedrijf (IMK) om advies over de levensvatbaarheid van het bedrijf. Het IMK beoordeelde het bedrijf als niet levensvatbaar, waarop het college de aanvraag afwees.
Na bezwaar vroeg het college een tweede advies van het IMK op basis van een aangepast businessplan. Ook dit advies bevestigde de niet-levensvatbaarheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat het college onvoldoende inhoudelijk had gereageerd op hun bezwaren en aanpassingen, en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad oordeelde dat het IMK in het tweede advies uitvoerig op de bezwaren was ingegaan en het advies onderbouwd was met argumenten zoals beperkte financieringsmogelijkheden, concurrentiedruk en een te optimistisch begrotingsplan. Omdat appellanten geen inhoudelijke gronden tegen het tweede advies hadden aangevoerd, was er geen reden het besluit te wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf wordt bevestigd.