ECLI:NL:CRVB:2018:1377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant is sinds 29 augustus 2011 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en heeft op 13 mei 2013 een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en de voorbeeldfuncties passend.
In hoger beroep herhaalt appellant zijn stellingen over ernstigere beperkingen en medicatiegebruik, maar levert geen nieuwe medische informatie die de eerdere conclusies onderbouwt. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en stelt vast dat appellant de werkzaamheden van de voorbeeldfuncties kan verrichten.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om WIA-uitkering en schadevergoeding wordt afgewezen.