ECLI:NL:CRVB:2018:138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek door UWV bevestigd
Appellante was werkzaam als beveiligingsmedewerkster en callcentermedewerkster toen zij zich ziek meldde met whiplashklachten. Het UWV beoordeelde haar op 30 april 2015 medisch en concludeerde dat zij geschikt was voor haar maatgevende arbeid, waarna de ZW-uitkering werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en het revalidatierapport geen aanleiding gaf tot twijfel.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar pijnklachten en beperkingen onverminderd aanwezig waren en dat de statische aard van het callcenterwerk niet was meegewogen. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts zowel de functies van beveiligingsmedewerkster als callcentermedewerkster had betrokken in zijn beoordeling. Nieuwe medische stukken ter onderbouwing ontbraken.
De Raad concludeerde dat de ZW-uitkering terecht was beëindigd per 6 mei 2015 en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien tot toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellante is terecht beëindigd per 6 mei 2015 na zorgvuldig medisch onderzoek.