Uitspraak
17.8096 WAO
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2000 een WAO-uitkering waarop in 2016 executoriaal beslag is gelegd door een deurwaarderskantoor. UWV heeft vervolgens een betalingsbeslissing genomen waarbij het bedrag boven de beslagvrije voet aan de beslaglegger werd betaald. Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat het beslag onrechtmatig was en de beslagvrije voet onjuist was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat UWV en de bestuursrechter niet bevoegd zijn om de geldigheid en omvang van het beslag te toetsen. Appellante kan haar bezwaren tegen het beslag en de beslagvrije voet aan de civiele rechter voorleggen. Het hoger beroep bevestigt deze lijn en benadrukt dat UWV binnen het kader van het beslag is gebleven.
De Raad concludeert dat geen schending van rechtsbescherming is vastgesteld, ook niet van artikel 6 EVRM Pro. Het verzoek tot nabetaling van WAO-uitkering en schadevergoeding wordt afgewezen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd; verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.