ECLI:NL:CRVB:2018:1441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor arbeid en recht op ziekengeld volgens Ziektewet
Appellant was werkzaam als chauffeur-bezorger en meldde zich ziek met vermoeidheidsklachten. Het UWV stelde vast dat hij per 14 december 2014 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op een WIA-uitkering. Later meldde appellant zich opnieuw ziek per 3 augustus 2015, waarna het UWV besloot dat hij geen recht had op ziekengeld op grond van de Ziektewet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de beperkingen niet verder reikten dan eerder vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en verzocht om inschakeling van een onafhankelijke psychiater.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen de medische situatie van appellant volledig en inzichtelijk hadden betrokken bij hun beoordeling en dat er geen aanwijzingen waren voor ernstigere beperkingen. De diagnose somatoforme stoornis van de psychiater was onvoldoende om het oordeel te wijzigen. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond, geen recht op ziekengeld per 3 augustus 2015 en verzoek schadevergoeding afgewezen.