ECLI:NL:CRVB:2018:1460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig financieel administratief medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens nekklachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees haar aanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische beoordeling van de verzekeringsarts zorgvuldig en gemotiveerd was en de arbeidskundige beoordeling van de geschiktheid van functies niet was weersproken.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische en fysieke beperkingen waren onderschat en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren. De Raad oordeelde dat appellante geen nieuwe medische informatie of argumenten had ingediend die twijfel konden oproepen over de eerdere beoordeling. Ook waren er geen expliciete bezwaren tegen de arbeidskundige beoordeling ingediend.
De Raad bevestigde dat de medische situatie op de datum in geding juist was vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren, mede omdat appellante in staat werd geacht een interne opleiding te volgen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de beslissing van het UWV bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot afwijzing van de WIA-uitkering blijft in stand.