ECLI:NL:CRVB:2018:1462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Werknemer viel in januari 2013 uit wegens lichamelijke en psychische klachten en diende in oktober 2014 een WIA-uitkering aan. Het UWV verlengde de loondoorbetalingsperiode met 52 weken wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever. De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond, stellende dat de bedrijfsarts de belastbaarheid van werknemer had onderschat.
In hoger beroep voerde de werkgever aan dat zij voldoende inspanningen had verricht en dat het UWV ten onrechte geen inlichtingen had ingewonnen bij de behandelend specialist. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende had onderbouwd dat de werkgever onterecht was uitgegaan van het advies van haar bedrijfsarts, dat onvoldoende medisch was gemotiveerd.
De Raad benadrukte dat het risico dat een werkgever loopt bij het volgen van een onjuist advies van de bedrijfsarts voor zijn rekening komt. De loonsanctie werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De loonsanctie tegen de werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd.