ECLI:NL:CRVB:2018:1469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen UWV-besluit WAO-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een beslissing van het UWV over een aanvraag voor een WAO-uitkering. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijn waren ingediend. De rechtbank Amsterdam oordeelde in eerste aanleg dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit onjuist was en dat het UWV een nieuw besluit moest nemen. De Centrale Raad van Beroep heeft echter geoordeeld dat de gronden van appellant in hoger beroep niet zien op de ontvankelijkheid van het bezwaar en daarom niet tot een andere uitkomst leiden.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en bevestigt daarmee het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar. Er is geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 mei 2018.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het UWV-besluit is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.