Uitspraak
mr. S.W. te Selle.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 10 juni 2014 waarin zijn ontslag wegens plichtsverzuim werd bevestigd. Het verzoek was gebaseerd op een interne instructie van april 2015 over de handelwijze bij oneigenlijk gebruik van de mobiliteitskaart, waarvan verzoeker pas in juni 2015 op de hoogte raakte.
De Raad overweegt dat herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro alleen mogelijk is bij feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, maar niet bekend waren en tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De instructie dateert echter van na de uitspraak en betreft geen vastgelegde gedragslijn die voor verzoeker gold.
Daarnaast faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat verzoeker geen vergelijkbare gevallen met lichtere sancties heeft aangetoond. De Raad concludeert dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen en dat er geen aanleiding is voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de ontslaguitspraak wordt afgewezen.