ECLI:NL:CRVB:2023:2080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van bestuursrechtelijke bijstandsuitspraak niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft herhaaldelijk verzocht om herziening van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep betreffende de afwijzing van zijn aanvraag voor bijstand vanwege inkomsten uit verhuur van appartementen. De Raad heeft in eerdere uitspraken het verzoek om herziening afgewezen omdat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
In het onderhavige verzoek heeft verzoeker opnieuw geprobeerd de discussie over de huurinkomsten te openen en een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel, maar zonder onderbouwing. De Raad oordeelt dat dit geen nieuwe feiten oplevert en dat het verzoek bovendien onredelijk laat is ingediend, meer dan een jaar na de openbaarmaking van de oorspronkelijke uitspraak.
Daarom verklaart de Raad het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de eerdere uitspraak en daarmee de afwijzing van de bijstandaanvraag in stand blijven. Verzoeker krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt niet-ontvankelijk verklaard en de eerdere afwijzing van de bijstandsaanvraag blijft in stand.