ECLI:NL:CRVB:2018:1484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herzieningsbesluit studiefinanciering wegens onvoldoende bewijs woonadres
Betrokkene ontving studiefinanciering voor uitwonende studenten over de periode januari tot en met september 2015. De minister herzag dit besluit op basis van een buurtonderzoek en legde een terugvordering op, omdat betrokkene volgens het onderzoek niet op het BRP-adres woonde. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende feitelijke grondslag.
In hoger beroep stelde de minister dat het buurtonderzoek door onbevoegde controleurs was uitgevoerd en overhandigde hij reisgegevens van betrokkene als nieuw bewijs. Deze gegevens zouden aantonen dat betrokkene dagelijks gebruikmaakte van haltes nabij het ouderlijk adres, wat zou duiden op een ander woonadres dan het BRP-adres.
De Raad oordeelde dat het buurtonderzoek niet als bewijs kon worden toegelaten en dat reisgegevens alleen in bijzondere gevallen voldoende bewijs kunnen vormen. Gezien de verklaring van betrokkene en het ontbreken van bijzondere omstandigheden, waren de reisgegevens onvoldoende om het standpunt van de minister te onderbouwen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de vernietiging van het herzieningsbesluit bevestigd. Tevens werd vermeld dat de minister een bestuurlijke boete zou herroepen indien de herziening ook in hoger beroep niet standhield. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt verworpen en de vernietiging van het herzieningsbesluit bevestigd.