ECLI:NL:CRVB:2018:150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit boventalligheid wegens onvoldoende onderbouwing ongeschiktheid voor nieuwe functie
Appellant is sinds 1988 in dienst bij de gemeente Delft en werd in 2010 geplaatst in een specifieke functie binnen een cluster. Door een reorganisatie in 2015 verviel zijn functie en werd hij herplaatser. Hij maakte belangstelling kenbaar voor een seniorfunctie binnen de nieuwe afdeling, maar werd door twee kwartiermakers en een commissie ongeschikt bevonden vanwege het ontbreken van bepaalde competenties.
Het college verklaarde appellant boventallig en wees zijn bezwaar af. De rechtbank bevestigde dit besluit. Appellant stelde dat het oordeel over zijn ongeschiktheid onvoldoende was gemotiveerd en dat hij over de vereiste competenties beschikte. De Raad stelde vast dat het college niet duidelijk had gemaakt welke competenties vereist waren voor zijn oude functie en dat de beoordeling van zijn geschiktheid voor de nieuwe functie niet voldoende was onderbouwd met concrete gedragingen of personeelsverslagen.
De Raad concludeerde dat het oordeel van het college niet op voldoende gronden berust en vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het college werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, waarbij het ook moet beoordelen of appellant in de nieuwe functie had moeten worden geplaatst. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot boventalligheid wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de ongeschiktheid voor de nieuwe functie.