ECLI:NL:CRVB:2018:1537
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit UWV inzake Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, betrokken bij een auto-ongeval in 2008, vroeg om een Wajong-uitkering wegens fysieke en psychische beperkingen. Het UWV wees haar aanvraag af omdat zij volgens de verzekeringsarts in staat was meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen niet volledig waren erkend, waaronder cognitieve en psychiatrische klachten die haar arbeidsvermogen ernstig beperken. De Raad benoemde een psychiater als deskundige, die concludeerde dat appellante leed aan een ernstig psychiatrisch ziektebeeld met meerdere stoornissen, waardoor zij niet in staat was een volledige werkdag te volhouden.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep bleef bij haar standpunt, maar de deskundige reageerde adequaat op de kritiek. De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig en consistent was en dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke medische grondslag berustte. Het UWV werd opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen, met inachtneming van de extra beperkingen zoals vastgesteld door de deskundige.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen met inachtneming van de aanvullende beperkingen.