ECLI:NL:CRVB:2018:1539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over WIA-uitkering na hoger beroep zonder aanwezigheid appellant
Appellante werkte als implementatiespecialist en meldde zich ziek in januari 2011. Het UWV stelde aanvankelijk vast dat zij recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering vanaf januari 2013 met een arbeidsongeschiktheid van 47,27%. Na bezwaar herzag het UWV dit besluit en concludeerde dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor de uitkering werd ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde het besluit tot intrekking van de uitkering per 24 januari 2013, maar verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen en maatmaninkomen onjuist waren vastgesteld.
De Raad verzocht een bedrijfsarts een advies uit te brengen, maar appellante reageerde niet op verzoeken om medewerking en verscheen niet op de zitting. Hierdoor kon geen duidelijkheid worden verkregen over haar beperkingen. De Raad oordeelde dat dit voor appellante moest blijven en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af en kende geen proceskosten toe.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep en verzoek om schadevergoeding af.