ECLI:NL:CRVB:2018:1588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij intrekking bijstand
Appellanten ontvingen bijstand sinds december 2014. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand per 2 mei 2015 in vanwege het niet melden van inkomsten. Appellanten maakten op 1 augustus 2016 bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat zij het besluit niet hadden ontvangen doordat PostNL het naar een foutief adres had gestuurd. De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat het besluit naar het juiste adres was verzonden, zoals blijkt uit het registratiesysteem Socrates.
De Raad stelde vast dat de termijn voor bezwaar zes weken bedraagt en dat het bezwaar van appellanten buiten deze termijn was ingediend zonder verschoonbare reden. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding; het hoger beroep wordt verworpen.