ECLI:NL:CRVB:2020:3288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht in levensonderhoud voorafgaand aan aanvraag
Appellanten ontvingen vanaf december 2014 bijstand, maar deze werd in maart 2016 ingetrokken wegens het niet melden van inkomsten, waaronder aanzienlijke kasstortingen op de bankrekening van hun minderjarige zoon. Na een nieuwe aanvraag in juni 2016 leverden appellanten bankafschriften en verklaringen aan over hun levensonderhoud, waaronder leningen, toeslagen en voedselpakketten.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde de bijstand omdat appellanten onvoldoende inzicht gaven in hun financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag. Ondanks verzoeken om aanvullende gegevens en de mogelijkheid tot nadere onderbouwing, leverden appellanten geen objectieve en verifieerbare bewijsstukken aan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college zorgvuldig heeft gehandeld en appellanten voldoende gelegenheid hebben gehad om hun aanvraag te onderbouwen. Het ontbreken van voldoende informatie maakte het onmogelijk om het recht op bijstand vast te stellen, wat een geldige grond is voor afwijzing. Het hoger beroep werd daarom verworpen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in het levensonderhoud voorafgaand aan de aanvraag.