ECLI:NL:CRVB:2018:1593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant viel uit op 14 juni 2012 door voetklachten na een bedrijfsongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, waarbij medische rapporten en een deskundigenonderzoek werden overlegd.
De Centrale Raad van Beroep benoemde een verzekeringsarts als deskundige, die op 12 september 2017 een rapport uitbracht waarin de beperkingen van appellant zorgvuldig en consistent waren vastgesteld. Hoewel appellant een tegenrapport van een andere verzekeringsarts aanvoerde, vond de Raad het deskundigenrapport overtuigend en gaf daaraan doorslaggevende betekenis.
De Raad oordeelde dat de belastbaarheid van appellant op juiste wijze was vastgesteld en dat hij in staat werd geacht de geselecteerde functies te vervullen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.