ECLI:NL:CRVB:2018:1608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-melden feitelijke woonadres
Appellant ontving bijstand en stond ingeschreven op een uitkeringsadres, terwijl hij feitelijk elders verbleef zonder vaste woon- of verblijfplaats. Na onderzoek stelde de gemeente vast dat appellant onjuiste informatie had verstrekt over zijn woonadres.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug, daarnaast werd een boete opgelegd. Appellant voerde aan dat hij het formulier juist had ingevuld en dat het college te lang wachtte met onderzoek.
De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat appellant had moeten melden dat hij geen vaste woon- of verblijfplaats had, ook als dit niet expliciet werd gevraagd. Het lange wachten van het college veranderde hier niets aan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens het niet melden van het feitelijk woonadres.