ECLI:NL:CRVB:2018:1700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wajong-uitkering terecht geweigerd wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante vroeg op 28 januari 2014 een Wajong-uitkering aan vanwege chronisch vermoeidheidssyndroom en diverse lichamelijke klachten. Het UWV wees de aanvraag af na medisch onderzoek en een arbeidsdeskundig rapport, waarin werd vastgesteld dat appellante in staat was passende arbeid te verrichten met een inkomen van meer dan 75% van het minimumloon.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er geen nieuwe medische informatie was die tot een andere beoordeling zou moeten leiden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat er geen rekening was gehouden met een urenbeperking en haar sociale beperkingen.
De Raad oordeelt dat de aangeleverde medische stukken en de reactie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen objectieve medische onderbouwing bieden voor een urenbeperking. De functionele klachten zijn erkend, maar deze rechtvaardigen geen andere beoordeling van de belastbaarheid. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E. Dijt, in aanwezigheid van griffier N. Veenstra, op 6 juni 2018.
Uitkomst: De Wajong-uitkering wordt geweigerd wegens onvoldoende medische beperkingen en geschiktheid voor passende arbeid.