ECLI:NL:CRVB:2018:1745
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing aanvraag uitkering op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1935, heeft meerdere malen verzocht om een uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Deze verzoeken zijn vanaf 2000 steeds afgewezen omdat niet is vastgesteld dat appellant vervolging heeft ondergaan of dat zijn psychische klachten redelijkerwijs samenhangen met het overlijden van zijn vader tijdens de oorlog.
In januari 2017 diende appellant een nieuw verzoek in, stellende dat zijn psychische klachten zijn verergerd. Verweerder handhaafde het afwijzende besluit op grond van medisch advies dat de posttraumatische stressstoornis (PTSS) van appellant voortkomt uit zijn eigen oorlogservaringen en niet uit het overlijden van zijn vader.
De Raad heeft het bestreden besluit getoetst aan de medische adviezen van meerdere geneeskundig adviseurs en concludeert dat het besluit deugdelijk is voorbereid en gemotiveerd. Hoewel een arts een depressieve stoornis constateerde die verband houdt met het verlies van de vader, acht de Raad dit onderdeel van het oorspronkelijke psychische beeld en niet een zelfstandige oorzaak voor toekenning.
De Raad ziet geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.