ECLI:NL:CRVB:2018:1753
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin zijn verzoek om herziening van een eerdere uitspraak niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Tijdens de zitting op 1 mei 2018 waren partijen niet aanwezig. Verzoeker stelde in verzet dat sprake was van betalingsonmacht en dat eerdere verzoeken om vrijstelling van griffierecht door deze en andere rechterlijke instanties, waaronder de Hoge Raad, waren toegewezen. De Raad oordeelde echter dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden uitsluiten.
Verder werd benadrukt dat in elke nieuwe procedure een afzonderlijk verzoek om vrijstelling van griffierecht moet worden ingediend en beoordeeld op basis van actuele gegevens. Omdat verzoeker dit niet had gedaan, werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die het verzuim uitsluiten.