Uitspraak
17.859 NIOAW
12 januari 2017, 16/2415 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf augustus 2015 een IOAW-uitkering en verrichtte vanaf oktober 2015 productiewerk via een uitzendbureau bij een werkgever. Toen deze werkgever op 25 november 2015 geen werk meer voor appellant had, werd appellant op 26 november 2015 door het uitzendbureau geïnformeerd over beschikbaar werk op een andere afdeling, dat appellant weigerde.
Het college van burgemeester en wethouders van Oldambt verlaagde daarop de uitkering van appellant met 100% over de maand januari 2016 wegens het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze verlaging ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hem geen verwijt kon worden gemaakt omdat hij onvoldoende informatie had over het aangeboden werk en zich niet serieus genomen voelde. De Raad oordeelde dat appellant gehouden was het aangeboden werk te accepteren, ook gezien de duidelijke informatie van het uitzendbureau over de aard en omvang van het werk.
De Raad concludeerde dat er sprake was van verwijtbaarheid bij het weigeren van de arbeid en dat de verlaging van de uitkering in overeenstemming was met de toepasselijke verordening. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de IOAW-uitkering met 100% gedurende één maand wegens weigering van algemeen geaccepteerde arbeid wordt bevestigd.