Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht wordt geheven van € 501,-.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij het Ministerie van Financiën, had aanvankelijk een ontslagdatum enkele dagen na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd ingevoerd. Later verzocht hij om vervroegd ontslag met toekenning van een stimuleringspremie, welke door appellant werd afgewezen omdat betrokkene bij de inwerkingtreding van de regeling reeds het voornemen had het dienstverband te beëindigen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van appellant, waarna appellant in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat betrokkene aan alle voorwaarden voor de stimuleringspremie voldeed, waaronder tijdige aanvraag en directe uitstroom binnen drie maanden na aanvraag.
De Raad verwierp het standpunt van appellant dat de regeling geen premie toekent bij ontslag vlak na de AOW-leeftijd en dat vaste rechtspraak dit zou uitsluiten. De situatie van betrokkene week af van eerdere uitspraken, onder meer doordat het ontslagbesluit niet eerder was verleend en de ontslagdatum was ingetrokken.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Betrokkene kreeg de stimuleringspremie toegekend en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene recht heeft op de stimuleringspremie bij vervroegd ontslag rond de AOW-leeftijd.