ECLI:NL:CRVB:2018:1776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage en weigering herziening WIA-uitkering
Appellant, laatstelijk werkzaam als glaszetter, meldde zich ziek in 2009 vanwege pijnklachten. Het UWV stelde in 2011 een arbeidsongeschiktheid van 75% vast en zette in 2013 de uitkering om in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Na een hartaanval in 2013 werd de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 100%. In 2015 vond een heronderzoek plaats waarbij het UWV het percentage verlaagde naar 35,43%, later bij een gewijzigde beslissing naar 40,76%.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat hij vanwege vermoeidheid, hartklachten en fibromyalgie niet in staat was om de voorbeeldfuncties te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat de vastgestelde beperkingen juist waren vastgesteld op basis van de aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 40,76% blijft ongewijzigd.