ECLI:NL:CRVB:2018:1777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij uitkeringsintrekking
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake de intrekking van een uitkering. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep beoordeeld en geconcludeerd dat het resultaat dat met het hoger beroep wordt nagestreefd geen feitelijke betekenis kan hebben. Dit komt doordat de uitkering inmiddels bij een andere beslissing per een eerdere datum is ingetrokken en hierover een aparte procedure bij de rechtbank loopt.
Daarnaast wilde appellant in hoger beroep een antwoord op een specifieke vraag, maar ook hiervoor geldt dat dit geen feitelijk resultaat oplevert omdat deze kwestie in de andere procedure aan de orde is. Hierdoor ontbreekt het aan een procesbelang, een vereiste voor ontvankelijkheid in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep verklaart daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding om proceskosten aan appellant toe te rekenen. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 30 mei 2018 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.