ECLI:NL:CRVB:2018:1783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet overleggen bankafschriften zakelijke rekening
Appellant had met een zakenpartner een onderneming in onderpacht, maar stopte per 1 oktober 2013. Hij vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college stelde de eerste aanvraag buiten behandeling en wees de tweede aanvraag af omdat appellant niet alle benodigde gegevens had verstrekt, met name de bankafschriften van de zakelijke rekening over 2013 ontbraken.
Appellant leverde wel bankafschriften van 2014 en een jaarrekening 2013 aan, maar het college achtte deze onvoldoende om het recht op bijstand vast te stellen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van de bankafschriften over 2013 een schending van de inlichtingenplicht vormt en dat het college niet verplicht was zelf navraag te doen bij de bank. De stelling van appellant dat het feitelijk onmogelijk was de afschriften te overleggen, werd niet aannemelijk gemaakt. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens het niet overleggen van bankafschriften over 2013 van de zakelijke rekening.