ECLI:NL:CRVB:2018:1823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken concrete gronden tegen WAO-uitkeringsbesluit
Appellante meldde zich op 21 februari 2017 ziek vanuit een werkloosheidssituatie. Het UWV bracht haar per 23 mei 2017 in aanmerking voor een Ziektewetuitkering, maar wees haar aanvraag voor een WAO-uitkering per 21 maart 2017 af omdat haar ziekte een andere oorzaak had. Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing, stellende dat het besluit niet gebaseerd was op een deugdelijk onderzoek en niet deugdelijk was gemotiveerd.
Het UWV gaf appellante de gelegenheid om haar bezwaarschrift te completeren door concrete gronden aan te geven, maar zij maakte hier geen gebruik van. Het bezwaar werd daarop niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van concrete gronden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat hoewel aan een bezwaarschrift geen hoge eisen worden gesteld, het wel concrete, op het individuele geval gerichte bezwaargronden moet bevatten. Het enkele verwijzen naar artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht zonder nadere toelichting volstaat niet. Gezien het uitblijven van aanvulling door appellante is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van concrete bezwaargronden.