ECLI:NL:CRVB:2018:1846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H. Benek
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing ambtenaar in belang van de dienst bij Waterschap Vallei en Veluwe
Appellant, sinds 1987 werkzaam bij het Waterschap Vallei en Veluwe, werd geconfronteerd met kritiek op zijn functioneren en een gespannen samenwerking binnen zijn team. Na meerdere gesprekken en een intern draagvlakonderzoek besloot het algemeen bestuur hem te schorsen in het belang van de dienst, omdat het vertrouwen in zijn functioneren ontbrak.
De rechtbank had geoordeeld dat de schorsing slechts tot 1 oktober 2016 mocht duren, omdat het nader beraad na het draagvlakonderzoek afgerond was. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het algemeen bestuur voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het nadere beraad na het onderzoek voortgezet is, onder meer door overleg en consultatie met het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
De Raad bevestigt dat de schorsing op goede gronden is genomen en niet diffamerend is. Het hoger beroep van appellant wordt verworpen, het incidenteel hoger beroep van het algemeen bestuur gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het beroep tegen het schorsingsbesluit wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het schorsingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.