ECLI:NL:CRVB:2018:1852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluiten tot weigering WIA- en Ziekengelduitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, voormalig management assistente finance, viel in 2011 uit wegens psychische en fysieke klachten. Het UWV weigerde aanvankelijk in 2013 een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. In 2015 werd vastgesteld dat zij geen recht meer had op ziekengeld en geen recht had op een WIA-uitkering vanwege het ontbreken van een toename in arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de verzekeringsartsen van het UWV terecht concludeerden dat appellante geschikt was voor bepaalde functies. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische en fysieke klachten waren toegenomen, onderbouwd met een psychiatrisch rapport.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het psychiatrisch rapport onvoldoende steun biedt voor een andere beoordeling dan die van de verzekeringsartsen. Er is geen reden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en juistheid van de medische conclusies van het UWV. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraken en verklaart de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op ziekengeld en WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.