ECLI:NL:CRVB:2018:1866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankrekeningen en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB sinds 1989, met een onderbreking in 2008. Na een onderzoek van de gemeente Apeldoorn bleek dat appellante meerdere bankrekeningen had, waaronder twee die zij niet had gemeld bij het college. Tevens was zij pasgemachtigde van een derde rekening.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanaf 1 januari 2006 en vorderde ruim €143.000 terug wegens schending van de inlichtingenplicht en onvoldoende duidelijkheid over haar financiële situatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de stortingen op de rekeningen als inkomen konden worden aangemerkt en op de bijstand in mindering gebracht, maar zij kon de herkomst van de stortingen niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat appellante feitelijk beschikte over de tegoeden en dat het college terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.