ECLI:NL:CRVB:2018:189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 79,44% door UWV
Appellant, voormalig controleur, meldde zich ziek met lichamelijke en cognitieve klachten na een ongeval. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 76,09% vast, die na bezwaar werd verhoogd naar 79,44%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn overgevoeligheid voor prikkels en duizeligheidsklachten onvoldoende waren meegewogen. Het UWV handhaafde haar standpunt. De Raad beoordeelde het medisch en arbeidskundig onderzoek als zorgvuldig en oordeelde dat de beperkingen passend waren vastgesteld.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep weerlegde de medische onderbouwing van appellant, waaronder de stelling dat hoofdbewegingen duizeligheid zouden veroorzaken. Ook werd geen medisch substraat gevonden voor ernstigere beperkingen. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de functies passend zijn en minimale belasting van hoofd en nek vereisen.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor de geduide functies en dat het hoger beroep faalt. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 79,44% arbeidsongeschiktheid en wijst het verzoek om schadevergoeding af.