ECLI:NL:CRVB:2018:1893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering wegens ontbreken gezamenlijke huishouding voorafgaand huwelijk
Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van haar echtgenoot binnen een jaar na hun huwelijk. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af op grond van artikel 15 van Pro de Algemene nabestaandenwet (Anw), omdat het overlijden plaatsvond binnen een jaar na het huwelijk en er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding voorafgaand aan het huwelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de feitelijke woon- en leefsituatie doorslaggevend is voor het vaststellen van een gezamenlijke huishouding. Uit verklaringen van de echtgenoot en administratieve gegevens bleek dat de gezamenlijke huishouding pas vanaf 17 september 2014 bestond.
De door appellante overgelegde bewijsstukken, waaronder foto’s, getuigenverklaringen en administratieve documenten, waren onvoldoende concreet om het bestaan van een gezamenlijke huishouding vóór die datum aan te tonen. De Raad concludeerde dat de aanvraag terecht was afgewezen en wees ook het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De aanvraag nabestaandenuitkering is terecht afgewezen wegens het ontbreken van een gezamenlijke huishouding voorafgaand aan het huwelijk.