ECLI:NL:CRVB:2018:1915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van geschiktheid voor EZWb-functies bevestigd
Appellante, laatst werkzaam als kamermeisje, meldde zich ziek wegens lage rugklachten en psychische problemen. Het UWV stelde na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling vast dat zij niet meer recht had op ziekengeld omdat zij geschikt was voor andere functies binnen de EZWb. Na een ziekmelding in 2015 beëindigde het UWV haar ziekengelduitkering per 10 juli 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat het medisch oordeel dat zij geschikt is voor ten minste één van de geselecteerde functies voldoende onderbouwd was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen waren onderschat en overhandigde een medisch rapport dat aanvullende beperkingen vermeldde.
De Raad oordeelde dat de aanvullende medische bevindingen niet zonder meer terug te voeren zijn naar de datum in geding en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen voldoende had meegewogen. De functie productiemedewerker industrie bleef passend ondanks de beperkingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het ziekengeld omdat appellante geschikt is voor ten minste één van de EZWb-functies.