ECLI:NL:CRVB:2018:193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn bevestigd
De Sociale verzekeringsbank (Svb) verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen een besluit van 13 augustus 2015 niet-ontvankelijk omdat het bezwaar te laat was ingediend. Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen een verklaring van schuldig nalatig zijn voor het niet volledig betalen van premie over een periode in 2007.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit op de verzenddatum was verzonden. In hoger beroep stelde de Svb dat het besluit wel degelijk op 13 augustus 2015 was verzonden, ondersteund door administratieve gegevens en de gebruikelijke werkwijze.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het niet in geschil was dat het besluit aan betrokkene was toegezonden en dat betrokkene het besluit had ontvangen. Er was ook geen reden om te twijfelen aan de verzenddatum. Hierdoor begon de bezwaartermijn op 14 augustus 2015 en eindigde op 25 september 2015. Het bezwaar werd pas op 30 december 2015 ontvangen en was daarmee te laat.
Er was geen sprake van omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was. De toepassing van artikel 8:75 Awb Pro werd niet relevant geacht.
Uitkomst: Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.