Uitspraak
17.1676 PW
27 januari 2017, 16/2627 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoen van het verschuldigde griffierecht.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van rechtsbijstand en griffierecht, welke door het college van burgemeester en wethouders van Zwolle werd afgewezen. Appellant stelde beroep in en verzocht de rechtbank om vrijstelling van griffierecht, wat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de kosten van rechtsbijstand hoger waren dan eerder gesteld en dat het niet redelijk was deze kosten zelf te dragen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat volgens artikel 8:41 Awb Pro de griffier de indiener moet informeren over het verschuldigde griffierecht en dat dit binnen vier weken betaald moet zijn. Appellant had het griffierecht niet betaald en gaf geen onderbouwing waarom hij niet in verzuim zou zijn.
De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter W.F. Claessens op 26 juni 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.