ECLI:NL:CRVB:2018:1975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invorderingsbesluit zonder rekening te houden met beslagvrije voet wegens niet meewerken inkomensonderzoek
Verzoekster ontvangt sinds 2005 een AIO-aanvulling op haar AOW-pensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft bij besluit van 26 juli 2013 deze aanvulling met terugwerkende kracht ingetrokken en de kosten teruggevorderd. Omdat verzoekster niet heeft meegewerkt aan het inkomensonderzoek, heeft de Svb bij besluit van 11 januari 2017 bepaald dat maandelijks €200 wordt ingehouden op haar AOW-pensioen, zonder rekening te houden met de beslagvrije voet.
De rechtbank heeft het beroep van verzoekster tegen dit besluit ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft verzoekster aangevoerd dat het terugvorderingsbesluit niet in rechte vaststaat en dat de verrekening onterecht is. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het niet van belang is of het terugvorderingsbesluit in rechte vaststaat voor de invordering en verrekening.
Verder is vastgesteld dat uit de uitkeringsspecificatie niet blijkt dat de inhouding uitsluitend op het AOW-pensioen plaatsvindt. Omdat verzoekster geen inzicht heeft gegeven in haar inkomsten en vermogen, waardoor de beslagvrije voet niet kan worden vastgesteld, is de Svb bevoegd het bedrag van €200 vast te stellen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot inhouding van €200 per maand zonder rekening te houden met de beslagvrije voet wordt bevestigd.