ECLI:NL:CRVB:2018:1978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant, laatst werkzaam als algemeen medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens rugklachten en allergieën. Het UWV stelde vast dat appellant niet arbeidsongeschikt is en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn allergieën, rugklachten en duizeligheid zwaardere beperkingen opleveren dan aangenomen. Ook stelde hij dat hij niet over het vereiste opleidingsniveau en taalvaardigheid beschikt voor de geselecteerde functies. De Raad concludeert dat de medische beperkingen adequaat zijn vastgesteld, inclusief een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) met beperkingen voor blootstelling aan huisstofmijt en gassen.
De Raad acht onvoldoende onderbouwing aanwezig voor aanvullende beperkingen, zoals voor pollenallergie of duizeligheid. Ook zijn de geselecteerde functies passend geacht, waarbij het opleidingsniveau en taalvaardigheid van appellant toereikend zijn. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.