ECLI:NL:CRVB:2018:2021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor WIA-functies bevestigd
Appellant, voormalig kok, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde vast dat appellant per 12 november 2013 geschikt was voor bepaalde functies binnen de WIA, waardoor de Ziektewetuitkering werd beëindigd. Appellant betwistte dit en voerde aan dat hij leed aan PTSS en niet kon werken.
De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts die concludeerde dat appellant geschikt was voor ten minste één van de WIA-functies en dat er geen sprake was van PTSS. De deskundige hield rekening met alle klachten en medische gegevens en vond de PTSS-diagnose niet aannemelijk.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend was en dat er geen reden was om het oordeel van het UWV te verwerpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.