ECLI:NL:CRVB:2018:2031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering ondanks psychische beperkingen
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd nadat zij zich wegens zwangerschapsklachten ziek had gemeld en later arbeidsongeschikt werd bevonden. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en beroep werd dit besluit bevestigd door de rechtbank Midden-Nederland, die een onafhankelijke psychiater inschakelde. Deze deskundige concludeerde op basis van uitgebreid onderzoek dat er geen stoornissen waren die tot een andere belastbaarheid leidden dan vastgesteld door de verzekeringsarts.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het deskundigenrapport onbetrouwbaar was, onder meer omdat de psychiater geen betrouwbare diagnose kon stellen en zij zich onder druk voelde tijdens het neuropsychologisch onderzoek. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het rapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent was en dat de deskundige zijn conclusies, waaronder borderline persoonlijkheidskenmerken, goed had gemotiveerd.
De Raad onderschreef het oordeel dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) de beperkingen van appellante niet onderschatte en dat zij in staat is de geselecteerde functies te vervullen. Er was geen aanleiding voor een nieuw deskundigenonderzoek. De klacht over het neuropsychologisch onderzoek werd niet gegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is geweigerd.