ECLI:NL:CRVB:2018:2063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bovenwettelijke uitkering bij pensioengerechtigde leeftijd en leeftijdsdiscriminatie
Betrokkene was werkzaam bij het Ministerie van Defensie en kreeg per 1 juli 2015 eervol ontslag. De Staatssecretaris van Defensie kende hem een bovenwettelijke uitkering toe die eindigde op de eerste dag van de maand volgend op zijn 65e verjaardag. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze einddatum, waarna de rechtbank het bezwaar gegrond verklaarde en het besluit vernietigde wegens verboden leeftijdsdiscriminatie. De rechtbank bepaalde zelf dat de uitkering eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd volgens artikel 7a van de AOW.
De Staatssecretaris ging in hoger beroep en betwistte dat de rechtbank zelf in de zaak mocht voorzien door het besluit te herroepen en een nieuwe einddatum te bepalen. De Raad oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat artikel 2, derde lid, van het BWDEF buiten toepassing moest blijven en dat de Staatssecretaris een zekere beleidsvrijheid heeft om het onderscheid naar leeftijd op een rechtmatige wijze te herstellen.
De Raad vernietigde daarom het vonnis voor zover de rechtbank zelf de einddatum bepaalde en droeg de Staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen. Tevens bepaalde de Raad dat een beroep tegen dat nieuwe besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt vernietigd voor zover de rechtbank zelf de einddatum van de uitkering bepaalde en de Staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.