Uitspraak
16.6412 PW
.Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.H. Grommers
.
OVERWEGINGEN
.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand, die door het college van burgemeester en wethouders van Groningen werd ingetrokken per 1 september 2014. Na intrekking en terugvordering volgde een boete. Later trok het college deze besluiten in en herstelde de bijstand, maar appellant had in de tussenliggende periode schade geleden door het niet ontvangen van bijstand.
Appellant verzocht om vergoeding van deze schade, onder meer vanwege betalingsachterstanden en beëindiging van budgetbeheer. Het college kende slechts wettelijke rente toe en wees verder schadevergoeding af. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de vergoeding van wettelijke rente ingevolge artikel 4:102 Awb Pro en artikel 6:119 BW Pro als volledige schadevergoeding geldt voor vertraging in de nabetaling van een geldsom. Dit betekent dat een hogere schadevergoeding niet toewijsbaar is, ook niet bij onrechtmatige besluiten. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Verzoek om aanvullende schadevergoeding wegens vertraging nabetaling bijstand wordt afgewezen; vergoeding wettelijke rente geldt als volledige schadevergoeding.