Uitspraak
17.8312 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 10 januari 2017, waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 3 april 2017 geen recht meer had op een loongerelateerde WGA-uitkering, maar op een WGA-vervolguitkering. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.
De rechtbank Oost-Brabant bevestigde deze beslissing en oordeelde dat appellant op 9 mei 2017 al op de hoogte was van het besluit, wat bleek uit zijn aanvraag voor een toeslag waarbij hij aangaf dat zijn inkomen was gedaald vanwege 'niet meer loongerelateerde WIA'. Hierdoor werd het bezwaar als te laat en niet verschoonbaar beschouwd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij pas op 12 mei 2017 kennis had genomen van het besluit, nadat zijn gemachtigde dit had opgevraagd. Hij voerde aan dat hij op 9 mei 2017 telefonisch contact had met het UWV met een tolk, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Het UWV kon dit telefoongesprek niet bevestigen en appellant leverde geen bewijs ter ondersteuning.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij het besluit pas op 12 mei 2017 had ontvangen. De eerdere aanvraag van een toeslag met de juiste kennis van het besluit bevestigde dat hij eerder op de hoogte was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot beëindiging van de loongerelateerde WGA-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.