ECLI:NL:CRVB:2018:2115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde bijstandsbetaling ondanks gebrek in motivering
Appellant ontving op 23 januari 2014 een bedrag van €5.808,- van het college van burgemeester en wethouders van Lelystad, dat onverschuldigd was betaald door een administratieve vergissing. Het college vorderde dit bedrag terug op grond van de Participatiewet, stellende dat appellant redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat het bedrag niet voor hem bestemd was. Appellant voerde aan dat hij in afwachting was van een grote betaling en daardoor niet kon begrijpen dat het bedrag onverschuldigd was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het college niet deugdelijk had gemotiveerd, omdat het college zijn e-mails niet had betrokken bij de beoordeling. De Raad oordeelde dat dit gebrek in motivering met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd, omdat appellant daardoor niet benadeeld was. De e-mails betroffen namelijk geen nieuwe aanvraag en het bedrag kwam niet overeen met hetgeen appellant verwachtte.
Verder oordeelde de Raad dat het college terecht geen aanleiding had gezien om op grond van artikel 4:84 Awb Pro van terugvordering af te zien, ook al was dit niet expliciet in het bestreden besluit gemotiveerd. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €5.808,- en veroordeelt het college in de proceskosten.