ECLI:NL:CRVB:2018:2119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemeld buitenlands vermogen zonder verboden onderscheid naar nationaliteit
Appellante ontving bijstand die later werd ingetrokken vanwege het niet melden van een appartement in Turkije, met een waarde van circa €143.753,-. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad baseerde de terugvordering op een vermogensonderzoek uitgevoerd door de Nederlandse ambassade in Ankara.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Zij stelde dat het onderzoek discriminatoir was omdat het zich richtte op bijstandsgerechtigden van Turkse afkomst en dat zij haar inlichtingenverplichting niet had geschonden.
De Raad oordeelde dat er geen sprake was van verboden onderscheid naar nationaliteit, verwijzend naar een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak. Omdat het onderscheid niet onrechtmatig was, behoefde de schending van de inlichtingenverplichting geen verdere bespreking.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering van de bijstand bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wegens niet gemeld buitenlands vermogen bevestigd.